• darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg
  • darkblurbg

Kom jij weleens meningsverschillen of conflicten tegen waarin mensen niet zomaar anders tegen de zaak aankijken of simpelweg een tegengesteld belang hebben, maar principiële overtuigingen hebben die een oplossing in de weg staan? Dit soort lastige situaties betreffen bijvoorbeeld medisch-ethische discussies, maar ook in meer alledaagse situaties kan de identiteit van mensen hun standpunt mede bepalen. In mijn boek Effectief project- en programmamanagement geef ik praktische handvatten om met verschillende meningen, belangen en overtuigingen om te gaan. Als vervolg daarop ben ik een promotie-onderzoek gestart om specifiek identiteitsgerelateerde (morele) conflicten beter te begrijpen en te kunnen oplossen. Ik ben nu ver genoeg om eerste resultaten met jullie te delen. Hoe kun je identiteitsgerelateerde conflicten oplossen?

Lees je dit artikel liever van papier, hier kun je een pdf downloaden. 

 

Wat zijn identiteitsgerelateerde conflicten?

Situaties waarin partijen verschillende of zelfs tegengestelde belangen hebben, zijn complex en vragen ‘intelligente procesregie’ (zie mijn boek). Maar conflicten waarin op het spel staat wat mensen essentieel vinden aan wie ze zijn, zijn pas echt ‘wicked’. Denk bijvoorbeeld aan medisch-ethische discussies over abortus, euthanasie, stamcel-onderzoek, maar ook bijvoorbeeld de Nederlandse discussie over zwarte piet, botsingen tussen orthodoxe gelovigen met vrijheid van meningsuiting, afzien van een leefstijl omwille van de milieu-effecten (‘je mag niet meer vliegen’), discussies over dierenrechten, bio-industrie en de jacht, weigering om belastingen af te dragen voor wapenaankoop of subsidies voor vervuilende activiteiten. Een theorie die dit soort kwesties op kan lossen, kan ook behulpzaam zijn voor minder heftige discussies waarbij voor mensen belangrijke persoonlijke waarden op het spel staan waar ze zich mee identificeren, bijvoorbeeld de kap van bomen om een fietspad aan te leggen, veranderingen in pensioenleeftijd of -stelsel, aanleg van nieuwe natuur in plaats van landbouwgebieden, gemeentelijke herindeling of onafhankelijkheidskwesties et cetera.

 

Wanneer is een oplossing rechtvaardig en stabiel?

Een eerste reactie op de complexiteit kan zijn dat dé oplossing niet bestaat, er zijn verschillende even gerechtvaardigde standpunten. Politiek-democratische processen zijn er om knopen door te hakken. Daarbij moet er wel rekening worden gehouden met de gevoelens van een minderheid, maar uiteindelijk moeten zij de keuze van de meerderheid accepteren. Onze democratie is zo ook ingericht en omdat soms ook snelle besluiten nodig zijn, is dit niet altijd te voorkomen. Je zou kunnen zeggen dat de uitkomst van een (legitiem) democratisch proces ‘rechtvaardig’ is.

Maar, is het ook een stabiele oplossing? Waarborgt dit proces dat de minderheid zich erbij neerlegt of ontstaat er zodanig verzet dat de stabiliteit van de samenleving wordt ondermijnd? Uiteraard kunnen verschillende mensen verschillende verwachtingen hebben van stabiliteit. De een vind een beetje onderdrukking en honderden politieke gevangen geen enkel probleem, de ander zou graag zien dat iedereen in liefdevolle harmonie met elkaar van het zonnetje geniet. Omdat er dus ook discussie kan zijn over wat stabiel is, ga ik in mijn onderzoek niet uit van een maatstaf voor stabiliteit. Ik neem de functie van de begrippen ‘rechtvaardig’ en ‘stabiel’ als vertrekpunt. En een stabiele oplossing is dan een oplossing die ervoor zorgt dat het conflict niet meteen weer opspeelt, de oplossing is tenminste voor even verdwenen, of er zijn zo weinig mensen het ermee oneens dat vrede en veiligheid er niet door worden bedreigd (dit omdat er mensen kunnen zijn die niet voor rede vatbaar zijn en met wie niks op te lossen valt). Dus, als grote groepen mensen zich in hun identiteit onderdrukt voelen, dan kan dit frustraties teweegbrengen die zo hoog kunnen oplopen dat de stabiliteit wel wordt bedreigd. Mijn onderzoek is erop gericht om dat soort situaties beter te kunnen oplossen of zelfs te voorkomen.

 

Hoe kun je zulke conflicten oplossen?

Om het wiel niet opnieuw uit te hoeven vinden, en vooral om eventuele nieuwe inzichten goed te verbinden met bestaande filosofische theorieën is de eerste fase van mijn onderzoek erop gericht om 3 al bestaande theoretische denklijnen uit te proberen en te toetsen. Deze denklijnen zijn in feite een soort oplossingsstrategieën. De 3 denklijnen zijn:

  1. Conflicten neutraal benaderen door de identiteitsaspecten buiten de conflictoplossing plaatsen en een oplossing baseren op overlappende opvattingen (Ik noem dit het afsplitsen van identiteitsaspecten met als achterliggende theorie: John Rawls’ Political Liberalism);
  2. Conflicten in een echte, rationele dialoog bespreken, waarin alles gezegd mag worden en geen machtsverschillen aanwezig zijn (kanaliseren van identiteitsaspecten in Jürgen Habermas’ Discourse Ethics);
  3. Conflicten doorgronden door het perspectief en de identiteit van de andere partij je eigen te maken en van daaruit reflecteren op jezelf, waardoor het conflict zou kunnen oplossen (erkennen van identiteitsaspecten in Charles Taylors Ethics of Articulation).

Waar ik dus niet naar kijk is een oplossingsstrategie waarin een partij gewoon gelijk heeft en de ander niet. Immers, als het jouw identiteit betreft, hebben beweringen over gelijk niet zoveel effect.

 

Identiteit moet meeveranderen

Uit mijn onderzoek naar bovenstaande 3 denklijnen blijkt dat Political Liberalism (de eerste denklijn) als het identiteit betreft helemaal niet neutraal is. Het veronderstelt een liberale identiteit waarin mensen altijd een scheiding kunnen maken tussen wie ze zijn in de publieke sfeer (als burger) en in de privé-sfeer (als gelovige, als milieufanaat). Echter, dit benadeelt op voorhand mensen voor wie een deel van hun identiteit publiek bestaat. Bijvoorbeeld, voor (sommige) moslims is het publiekelijk beleven van hun geloof deel van hun identiteit. Of, mensen voor wie een schoon milieu essentieel is. Kortom, het afsplitsen van identiteitsaspecten is niet neutraal en levert dan ook geen rechtvaardige of stabiele oplossing op.

In Discourse Ethics (de tweede denklijn) kunnen identiteitsaspecten wel onderdeel zijn van het gesprek. Echter, de oplossingen zijn altijd rationele voorstellen. Om een identiteitsgerelateerd conflict rechtvaardig èn stabiel op te lossen blijkt het nodig dat wat mensen zien als essentieel voor wie ze zijn, meeverandert. Binnen Discourse Ethics is identiteitsverandering wel mogelijk, maar de theorie geeft geen verklaring of handvatten voor nieuwe inzichten in je identiteit.

 

Leidt steeds weer veranderen tot cynisme en wanhoop?

De Ethics of Articulation (de derde denklijn) biedt precies een theorie die begrijpelijk maakt hoe mensen hun identiteit kunnen veranderen, juist in confrontatie met mensen met tegenstrijdige opvattingen of identiteiten. Alleen, hoe weet je nou of een nieuw inzicht over jezelf beter is dan hoe je al over jezelf dacht? Zonder zo’n criterium is er geen houvast, terwijl juist in identiteitsgerelateerde conflicten mensen geconfronteerd worden met mensen met hele andere overtuigingen. Met andere woorden, steeds opnieuw kunnen hele fundamentele ideeën over jezelf en je leven ter discussie gesteld worden, en zul je wellicht ook regelmatig tot belangrijke nieuw inzichten komen over jezelf. Je zou kunnen zeggen dat je dan transformaties doormaakt. Het probleem is alleen: waarom zou je nog enig inzicht serieus nemen, als het toch steeds weer ter discussie kan worden gesteld en je weer tot een nieuw inzicht kunt komen? Mensen zouden weleens kunnen gaan beseffen dat hun leven een illusie is. Wanhoop en cynisme zijn dan het resultaat. Als tegenreactie zoeken mensen dan toch houvast in een vast gegeven of geloof, maar daaruit ontstaan weer nieuwe identiteitsgerelateerde conflicten.

 

In de volgende fase van mijn onderzoek zal ik preciezer in beeld brengen wat er nou gebeurt in zo’n proces waarin mensen in confrontatie met anderen diepgaand reflecteren op hun eigen fundamentele overtuigingen en tot transformerende inzichten komen. Mijn vermoeden is dat het niet tot cynisme en wanhoop hoeft te leiden als dat proces bepaalde kenmerken heeft. Het is dan interessant om die kenmerken scherp in beeld te brengen en te bedenken hoe die in de praktijk bevorderd en gerealiseerd kunnen worden. Zodra ik dat ontdekt heb, vertel ik verder!

 

NB: omwille van de leesbaarheid is dit essay wat korter door de bocht en zonder voetnoten geschreven. Mocht je interesse hebben om mee te lezen in mijn onderliggend filosofisch onderzoek, reageer dan hier. Op gezette tijden zal ik je dan mee laten lezen met de vorderingen in mijn proefschrift.